Aanpak verkoop lachgas en betere voorlichting

CUHaarlem2018januari (6).jpgdinsdag 11 september 2018 10:26

Lachgas is populair. Steeds meer jongeren ontdekken het als makkelijk verkrijgbaar, legaal genotsmiddel. Achtergelaten lachgasampullen op straat en op hangplekken wijzen op de populariteit van deze goedkope partydrug. Dit is niet zonder risico. Daarom is alertheid geboden en voorlichting nodig. Onze fractie heeft aanwijzingen dat het gebruik van lachgas in Haarlem ook een probleem is. Daarom heeft de ChristenUnie schriftelijke vragen gesteld.

Het Trimbos-Instituut deed samen met het Bonger Instituut (UvA) onderzoek naar het toenemende gebruik van lachgas en constateert dat het door heel verschillende groepen maar vooral door jongeren en jongvolwassenen wordt gebruikt. In het onderzoeksrapport Roes met een luchtje[1] staat dat dat varieert van jonge pubers die nog nooit alcohol of drugs hebben gebruikt tot doorgewinterde uitgaanders die veel ervaring hebben met allerlei roesmiddelen. Het gebeurt in alle regio´s van het land en onder uiteenlopende opleidingsniveaus, door personen met diverse etnische achtergronden.  Een paar getallen: 54% van de uitgaanders heeft ooit lachgas gebruikt. Dit is de grootste groep. (In 2008 was dit nog maar 3% en in 2013 33%)  Maar de Amsterdamse mbo-studenten scoren ook hoog: Daarvan heeft 28% ervaring met lachgas. Onder de eerstejaars mbo- en hbo-studenten in het algemeen is dat 17%. Opvallend is dat het gebruik onder minderjarigen soms al begint vanaf het twaalfde levensjaar.

Lachgas heeft een onschuldig en vrolijk imago onder jongeren. Alleen de naam lachgas al! De meesten zien het niet als echte drugs en vinden dat er nauwelijks risico’s zijn. Het feit dat het gewoon in de winkel verkrijgbaar is, draagt aan dat imago bij. Uit het onderzoek blijkt dat het risico op acute gezondheidsincidenten weliswaar gering is maar negatieve effecten op de gezondheid op de kortere en langere termijn wel degelijk voorkomen. 

‘Tijdens of na lachgasgebruik zijn dit met name hoofdpijn, duizeligheid en tinteling van handen en voeten. Daarna volgen verwardheid, misselijkheid en craving ( dat is de extreme hunkering naar iets, bijv. drugs/alcohol) . De meest voorkomende zelf - gerapporteerde negatieve gezondheidseffecten op lange termijn zijn: concentratieproblemen, tintelingen, moeheid en duizelingen. Ook wordt het risico op verslaving niet uitgesloten’, aldus het rapport. 

Overige risico’s:

  • Lachgas gecombineerd met grote hoeveelheden alcohol is levensgevaarlijk. Door het verdovende effect van alcohol is er geen goede ademprikkel. Hierdoor krijgt men onvoldoende zuurstof binnen met mogelijk een hartaanval tot gevolg. 
  • Bij inademing rechtstreeks uit het patroon is er kans op bevriezing van lippen of longen.  - Bij gebruik bij verkoudheid ontstaat er extra druk in het hoofd en kan het trommelvlies scheuren. 
  • Bij veel gebruik van lachgas kan er een tekort aan vitamine B12 ontstaan met bloedarmoede en neurologische klachten tot gevolg. (zie bijvoorbeeld: https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2210793-karim-gebruikte-100-lachgaspatronen-perdag-en-zit-nu-in-een-rolstoel.html)
  • Er is nog geen direct onderzoek gedaan naar de schadelijkheid van herhaaldelijk kortdurend zuurstoftekort in de hersenen van jongeren maar er zijn aanwijzingen dat lachgas op zichzelf direct invloed heeft op het ontwikkelende brein. (Lachgas blokkeert namelijk de NMDA-receptor die een belangrijke rol speelt bij de rijping van het zenuwstelsel.)

Bijkomend risico is het effect op het milieu. Lachgas is vanwege de zeer vervuilende, metalen patronen en door het gas zelf een zware belasting voor het milieu. Lachgas wordt wel de grootste bedreiging van de ozonlaag genoemd. 

De verkoop van lachgas is fors gestegen sinds het middel niet meer onder de Geneesmiddelenwet maar onder de Warenwet valt. Lachgas is eenvoudig, goedkoop en legaal verkrijgbaar. Ook door minderjarigen! Slagroompatronen zijn immers gewoon in de winkel te koop. Maar ook via het internet is een bestelling zo geregeld. Verkoop, handel en bezit van lachgas is niet strafbaar, dus ook de digitale lachgasshops schieten als paddenstoelen uit de grond. Tenslotte is lachgas op feesten en (openbare) evenementen in toenemende mate te koop.

Volgens de Warenwet is de verkoper, dus degene die ballonnen met lachgas aanbiedt aan gebruikers (gratis of voor geld) verantwoordelijk voor de veiligheid van het product dat hij of zij levert. 

Begin dit jaar stopte bol.com met de verkoop van slagroompatronen omdat deze ‘steeds meer in opspraak raken’. Bij de Sligro, Makro, Hanos en Blokker is inmiddels het aantal verpakkingen dat een klant per keer kan kopen, beperkt. Dit is een duidelijk signaal vanuit ondernemingen op de trend van het gebruiken van lachgas.

Lachgas, wat kan en mag de gemeente?

Maar ook gemeenten kunnen maatregelen nemen. Lachgas is legaal en daardoor is de verkoop en het gebruik ervan lastig aan te pakken of te sturen. Maar omdat de populariteit snel toeneemt en het gebruik niet zonder gevaar is, vindt de ChristenUnie dat er maatregelen nodig zijn:

  • Omdat in de praktijk de risico´s niet bekend zijn of onderschat worden, is voorlichting aan jongeren, ouders en verkopers hard nodig. Op verzoek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft het Trimbos-Instituut het bestaande voorlichtingsaanbod aangevuld met een uitgewerkt pakket aan preventieactiviteiten[2]. Een van de aanbevelingen daarbij is het op elkaar afstemmen van de aanpak van de lachgasproblematiek en de boodschap over lachgas door gemeenten.  Voor een goede voorlichtingsstrategie is het natuurlijk wel nodig om de gebruikersgroepen in Haarlem in kaart te hebben. Dit kan via een indirecte manier, door bijvoorbeeld de vindplekken van grote hoeveelheden lachgaspatronen als aanknopingspunt te gebruiken om op zoek te gaan naar de jongeren die daar vaak komen. Samenwerken van partijen als politie, jongerenwerkers en gemeente is daarbij een vereiste. In Culemborg heeft men met succes op een ludieke manier aandacht gevraagd voor lachgas[3].

  • Daarnaast pleiten we ervoor om de mogelijkheden die er zijn om de beschikbaarheid (verkoop) van lachgas te beperken, zoveel mogelijk te benutten.

    Het kabinet heeft eind vorig jaar aangekondigd de verkoop van lachgas te willen gaan beperken, met name voor jongeren onder de 18. Gemeenten kunnen beperkende maatregelen formuleren voor verkopers van lachgas. Ze kunnen afspraken maken met verkopers. Ook kan op basis van de APV de beschikbaarheid van lachgas rond evenementen aangepakt worden. Dit is o.a. gedaan in Tilburg (op grond van risico openbare orde en volksgezondheid)[4] en Amstelveen (specifiek ventverbod op evenemententerrein)[5]. In Arnhem beraadt de gemeente zich op een verbod op lachgas in de horeca[6]. 

    Verkoop van lachgas in pakketjes (ballonnen, patronen en materialen om de ballon gebruiksklaar te maken) is verboden volgens de Drank- en Horecawet. Deze wet verbiedt namelijk kleinhandel vanuit een horecagelegenheid. Zie ook de beantwoording van Kamervragen hierover[7]. Dit vraagt dus om handhaving.  Horecagelegenheden kunnen wel losse lachgaspatronen verkopen. Dit kan een interessante extra bron van inkomsten zijn. Daarom is het goed om ondernemers aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Op dit moment zijn er in de wet geen handvatten om de verkoop van lachgas te verbieden. Het komt dus aan op een goede dialoog en afspraken op basis van vertrouwen en vrijwilligheid. Die afspraken kunnen gaan over leeftijd van kopers, hoeveelheden en tijdstippen of het helemaal niet meer verkopen van de patronen.

Vragen

  1. Is het college bekend met het onderzoeksrapport Roes met een luchtje van het Trimbos-Instituut en de in aansluiting daarop in juli 2018 uitgebrachte Handreiking Lachgas: Van zorgen naar acties, voor o.a. gemeenten?
  2. Is het college het met de ChristenUnie eens dat de door het rapport genoemde stijging van het lachgasgebruik reden is tot zorg?
  3. Heeft het college zicht op het lachgasgebruik en de (milieu) overlast in Haarlem? Wat is de stand van zaken? Wijkt dit beeld af van het landelijke beeld?
  4. Indien het college dit zicht niet heeft, is het bereid om het lachgasgebruik en bijkomende problemen in Haarlem in kaart te brengen?
  5. Is er zicht op de wijze van verkrijgen van lachgas? Is er naast verkoop via internet en winkels in Haarlem sprake van verkoop via de horeca en op evenementen? Is dat onderzocht?
  6. Wordt er momenteel gehandhaafd in de horeca op de verkoop van lachgaspakketten (kleinhandel)?
  7. Is het college bereid om in gesprek te gaan met verkopers van lachgas in onze gemeente over de risico’s en verantwoordelijkheden en om afspraken te maken over beperking van de verkoop van lachgas? (leeftijd, tijdstippen, hoeveelheden, zichtbaarheid, adverteren, of natuurlijk het helemaal stoppen met de verkoop?)
  8. Op welke manier kan en wil het college de verkoop van lachgas op festivals en andere evenementen aan banden leggen? Kunnen wij bijvoorbeeld een wijziging van de APV hiervoor tegemoetzien?
  9. In hoeverre wordt er in preventie- en voorlichtingsprogramma’s in onze gemeente specifiek aandacht besteed aan het gebruik van lachgas?
  10. Een belangrijke conclusie van het onderzoek van het Trimbos-Instituut is dat er veel meer voorlichting nodig is rond lachgasgebruik. Is het college bereid om, in overleg met partners (verslavingszorg, jongerenwerk, wijkteams, politie, scholen, enz…) in te zetten op een campagne om het lachgasgebruik tegen te gaan en jongeren bewust te maken van de risico’s ervan?
  11. Is de gemeente bereid indien er op meerdere terreinen problemen omtrent het gebruik van lachgas is, een integraal plan op te stellen met betrokken partijen om de overlast te doen verminderen?

« Terug