Verhoging prostitutieleeftijd nog steeds onzeker

Nachtclub op de Wallen.jpgvrijdag 12 juli 2019 01:42

Al een paar jaar debatteert de gemeenteraad van Haarlem over verhoging van de minimumleeftijd voor sekswerkers van 18 naar 21 jaar. In de laatste raadsvergadering voor de zomer werd er voor de derde keer over gestemd. Drie raadsleden waren afwezig. De stemmen staakten bij een hoofdelijke stemming: er waren 18 voorstanders en 18 tegenstanders. Daarom moet na de zomer opnieuw worden gestemd. Drie andere voorstellen van de ChristenUnie om de prostitutieregels aan te scherpen werden wel aangenomen door de gemeenteraad.

ChristenUnie heeft samen met het CDA al en paar keer voorgesteld de prostitutieleeftijd te verhogen. Op een eerder voorstel reageerde het college echter dat er snel landelijke regelgeving zou komen en dat de raad beter dat kon afwachten. Die landelijke regelgeving kwam echter niet. Er is landelijk steun voor verhoging van de leeftijdsgrens maar over andere delen van de wetgeving rond prostitutie is nog veel discussie waardoor het inmiddels al bijna 10 jaar duurt voordat deze nieuwe regels worden ingevoerd.

Uiteindelijk kwam het college in 2017 alsnog met een eigen voorstel. Begin 2018 besloot echter een meerderheid van de gemeenteraad de beslissing uit te stellen. Er zou eerst een nieuwe discussie in de gemeenteraad nodig zijn en het liefst wachten veel partijen op de landelijke regelgeving.

Omdat de landelijke regelgeving door diverse omstandigheden lang op zich laat wachten heeft het college besloten het voorstel toch opnieuw voor te leggen aan de gemeenteraad. In het nieuwe stuk gaat de leeftijdsgrens nog steeds omhoog van 18 naar 21 jaar, maar is wel voorzien in een overgangsregeling voor sekswerkers die nu tussen de 18 en 21 jaar oud zijn. Het college benadrukt dat de nieuwe regels regionaal zijn afgestemd en dat de gemeente Haarlem één van de laatste gemeenten is die de nieuwe regels nog moet invoeren.

Helaas zijn nog steeds een aantal partijen in de gemeenteraad tegen dit voorstel. Dit ondanks het feit dat deskundigen zoals de GGD, de politie, het Scharlaken Koord en de nationale rapporteur mensenhandel aandringen op deze leeftijdsverhoging. Partijen als D66 en VVD zijn tegen omdat zij vrezen voor een vlucht in de illegaliteit en omdat zij liever een landelijke aanpak via het strafrecht zien dan een bestuurlijke aanpak via de Algemene Plaatselijke Verordening. De ChristenUnie heeft er op gewezen dat van een vlucht naar de illegaliteit geen bewijzen zijn in de andere gemeenten zoals Alkmaar, Haarlemmermeer en Amsterdam die inmiddels de leeftijdsverhoging al hebben doorgevoerd. In Amsterdam was zelfs een inspraakbijdrage namens zo’n 200 sekswerkers die pleiten voor de verhoging van de leeftijd.

Momenteel zijn naast D66 en VVD ook GroenLinks en SP tegen de leeftijdsverhoging. Als alle raadsleden na de zomer aanwezig zijn en elk raadslid stemt volgens de lijn van de fractie dan zijn er 20 tegenstanders van leeftijdsverhoging en 19 voorstanders. De ChristenUnie hoopt daarom dat een fractie zich nog zal bedenken of dat één raadslid anders zal stemmen dan zijn fractie.

Aanscherping regels

Omdat de raad nog niet tot een besluit kon komen over de leeftijd moet ook over het totale pakket aan regels rondom prostitutie nog na de zomer worden gestemd. Wel is er al gestemd over een viertal amendementen van de ChristenUnie om deze regels aan te scherpen. Van deze vier amendementen zijn drie amendementen overgenomen door de gemeenteraad. Dit betreft het voorstel om te zorgen dat sekswerkers niet wonen op hun werklocatie (en zo nog afhankelijker worden), het voorstel om klanten te verbieden seksuele handelingen te verrichten met een sekswerker bij een vermoeden dat geen sprake is van een vergunning voor een prostitutiebedrijf en het voorstel om geen uitzonderingen toe te staan op het verbod van de aanwezigheid van minderjarigen in een seksinrichting.

Het voorstel van ChristenUnie en SP om ook een minimum verhuurperiode voor sekswerkers vast te leggen haalde het niet. Het idee van dit voorstel, op basis van een tekst uit de modelverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, was om zo te voorkomen dat sekswerkers snel rouleren tussen verschillende inrichtingen zodat de controle op mensenhandel moeilijker wordt. Volgens het college heeft dit echter geen invloed omdat iemand ook een kamer kan huren in een prostitutiebedrijf en dan zelf de sekswerkers kan rouleren.

AMENDEMENT Eigen huis voor sekswerker

De gemeenteraad van Haarlem in vergadering bijeen op 11 juli 2019,

In beraadslaging over de Algemene plaatselijke verordening,

Overwegende dat:

  • Artikel 3:12 lid 1 t/m 3 regelt dat het voor bezoekers verboden is zich in de seksinrichting te bevinden gedurende de tijd dat deze gesloten is;
  • In de modelverordening van de VNG ook geregeld is dat sekswerkers ‘s nachts niet aanwezig mogen zijn in de inrichting;
  • Deze bepaling van belang is omdat een sekswerker die ook aanwezig is gedurende de tijd dat de inrichting gesloten is veel afhankelijker is van de exploitant omdat wonen en werken dan samen kunnen gaan op één locatie;
  • De exploitant en de beheerder hiervoor verantwoordelijk zijn;

Besluit

  1. Aan artikel 3:12 een 5e lid toe te voegen luidende: “Het is de exploitant en de beheerder verboden een sekswerker te laten verblijven in een seksrichting tussen 01.30 en 06.30 uur”;
  2. De toelichting aan te vullen met: “Het vijfde lid richt zich tot de exploitant en de beheerder en heeft als doel te voorkomen dat seksinrichtingen door sekswerkers gebruikt worden om te overnachten.”

En gaat over tot de orde van de dag.

Frank Visser, ChristenUnie

Frans Smit, OPHaarlem

AMENDEMENT Verbodsbepalingen klanten

De gemeenteraad van Haarlem in vergadering bijeen op 11 juli 2019,

In beraadslaging over de Algemene plaatselijke verordening,

Overwegende dat:

  • In de voorgestelde wijziging van de APV voor exploitanten en sekswerkers allerlei regels gelden met het oog op het beschermen van sekswerkers;
  • In het voorstel de klant geheel geen verantwoordelijkheid wordt gegeven ten aanzien van het beschermen van sekswerkers tegen illegale praktijken;
  • Artikel 3:21 van de modelverordening van de VNG het mogelijk maakt klanten te verbieden seksuele handelingen te verrichten wanneer er een redelijk vermoeden is dat er sprake is van illegale prostitutie;

Besluit

  1. Artikel 3:21 en de bijbehorende toelichting als volgt vast te stellen:

    Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten
    1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een sekswerker van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.
    2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een sekswerker.
    3. Het in het tweede lid genoemde verbod geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend.

    TOELICHTING
    Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten
    Dit artikel richt zich niet tot exploitanten of sekswerkers, maar tot hun (potentiële) klanten en is daarmee complementair aan enkele andere bepalingen van dit hoofdstuk. Kort gezegd is het enerzijds verboden om gebruik te maken van de diensten van een sekswerker die werkzaam is in het illegale circuit, anderzijds verbieden enkele artikelen de sekswerker om diensten (op een bepaalde wijze of op bepaalde plekken) aan te bieden, terwijl dit artikel de klant verbiedt om in te gaan op een aanbod. Dit betekent dat handhavend kan worden opgetreden tegen zowel de sekswerker als tegen de klant. Het in het eerste lid opgenomen verbod kan enkel aan de klant worden tegengeworpen voor zover hem enig verwijt kan worden gemaakt, bijvoorbeeld als de seksuele handelingen (zullen) plaatsvinden in een seksinrichting waarin de daarvoor mede verleende vergunning of een afschrift daarvan niet zichtbaar aanwezig is of als uit de wijze van adverteren kennelijk blijkt dat het om een onvergund prostitutiebedrijf gaat (zie artikel 3:13).
  2. Aan artikel 6:1 lid 1 wordt in de opsomming van artikelen toegevoegd “3:21”

En gaat over tot de orde van de dag.

Frank Visser, ChristenUnie

Frits Garretsen, SP

AMENDEMENT Minderjarigen niet in seksinrichtingen

De gemeenteraad van Haarlem in vergadering bijeen op 11 juli 2019,

In beraadslaging over de Algemene plaatselijke verordening,

Overwegende dat:

  • Artikel 3:12 lid 4 regelt dat minderjarigen niet aanwezig mogen zijn in seksinrichtingen;
  • Daarbij echter de mogelijkheid wordt geboden bij vergunning hiervan af te wijken;
  • Dit een onwenselijke toevoeging is ten opzichte van de VNG-modelverordening;

Besluit

In artikel 3:12 lid 4 te schrappen “, tenzij bij vergunning anders is bepaald”;

En gaat over tot de orde van de dag.

Frank Visser, ChristenUnie

AMENDEMENT Minimale verhuurperiode werkruimte

De gemeenteraad van Haarlem in vergadering bijeen op 11 juli 2019,

In beraadslaging over de Algemene plaatselijke verordening,

Overwegende dat:

Artikel 3:16 van de modelverordening van de VNG het mogelijk maakt dat een minimale verhuurperiode wordt vastgesteld om zo te voorkomen dat sekswerkers snel worden gerouleerd;

Besluit

  1. Artikel 3:16 en de bijbehorende toelichting als volgt vast te stellen:

    Artikel 3:16 Minimale verhuurperiode werkruimte
    Een werkruimte wordt bij aanvang van het huren voor ten minste 8 aaneengesloten weken verhuurd.

    TOELICHTING
    Artikel 3:16 Minimale verhuurperiode werkruimte
    Met dit voorschrift wordt een minimale verhuurperiode van een aantal weken voor werkruimtes geïntroduceerd. Een minimale verhuurperiode bemoeilijkt het snelle rouleren van sekswerkers; iets dat in het bijzonder – maar niet bij enkel – bij de raamprostitutie speelt en dat het toezicht bemoeilijkt en dat een tactiek is die in de mensenhandel wordt gebruikt. Na de minimale eerste verhuurperiode mag per week (of zelfs dag) verhuurd worden.
    Ook parttime werken is overigens toegestaan, mits de eerste acht weken maar wordt gehuurd gedurende bijvoorbeeld 3 dagen per die acht weken. In die eerste weken hebben hulpverlenings­instanties dan voldoende gelegenheid gehad om een relatie met de prostituee op te bouwen en signalen van mensenhandel waar te kunnen nemen.
  2. Aan artikel 6:1 lid 1 wordt in de opsomming van artikelen toegevoegd “3:16”

En gaat over tot de orde van de dag.

Frank Visser, ChristenUnie

Frits Garretsen, SP

« Terug