Opnieuw Kamervragen Laantje van Alverna

eppobruins-944x390donderdag 28 januari 2016 16:13

De antwoorden op eerdere Kamervragen van de ChristenUnie over de sluiting van de spoorwegovergang Laantje van Alverna in Heemstede hebben tot nieuwe Kamervragen geleid, ditmaal ondersteund door PvdA, SP en CDA. Het lijkt er op dat ProRail weinig doet met de door ProRail en de staatssecretaris gevraagde aanbevelingen van Wandelnet en Fietsersbond over het recreatieve belang van overwegen die duidelijk moeten maken welke overwegen dicht kunnen en welke niet.

Heropening van het Laantje van Alverna kan ondanks de duidelijke uitspraak van de Raad van State nog een lange strijd worden gezien de precedentwerking voor zo’n 100 andere overwegen in Nederland. Uit het antwoord op de eerdere Kamervragen blijkt dat het maken van een ommetje door ProRail ineens niet meer als recreatief belang wordt gezien.  Kennelijk is er volgens ProRail alleen een recreatief belang als er een landelijke fiets- of wandelroute over een spoorwegovergang loopt.

Door deze beperkte definitie zouden veel populaire overwegen toch nog gesloten kunnen worden. Opmerkelijk is dat Wandelnet en Fietsersbond dit in het antwoord op de Kamervragen moesten lezen terwijl er al jaren intensief overleg is over deze kwestie.

Schriftelijke vragen van de leden Bruins (ChristenUnie), Hoogland (PvdA), Smaling (SP) en Van Helvert (CDA) aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over het sluiten van overwegen door ProRail (vervolgvragen).

  1. Herinnert u zich uw antwoorden op eerdere Kamervragen over de overweg Laantje van Alverna? (1)
  2. Deelt u de mening dat ProRail en de in de Stuurgroep vertegenwoordigde organisaties tot een vergelijk moeten komen over de weging van het recreatieve belang van (particuliere) overwegen, waarbij integraal en gebiedsgericht wordt gekeken? Zo ja, bent u bereid daar bij ProRail op aan te dringen?
  3. Wat is de huidige status van de door de Stuurgroep in opdracht van ProRail opgestelde QuickScan over 100 niet actief beveiligde overwegen? Deelt u de mening dat deze QuickScan niet eenzijdig door ProRail aan de kant mag worden geschoven?
  4. Deelt u de mening dat het openbaar danwel particulier zijn van een overweg, vaak geen goed criterium is om te bepalen of een overweg moet worden gesloten of niet? Bent u bereid er bij ProRail op aan te dringen dat zij vanuit een bredere blik bezien of het gewenst is dat een overweg open blijft of gesloten moet worden, waarbij het recreatieve belang nadrukkelijk meeweegt?
  5. In hoeverre wordt bij het nieuwe proces – in het kader van de nieuwe Omgevingswet – om te komen tot afspraken tussen ProRail en andere belanghebbenden rekening gehouden met het recreatieve belang van wandel- en fietsroutes?
  6. Wat bedoelt u met de zin: ‘In het algemeen geldt voor de weggebruiker dat hij – indien hij geen rechthebbende is – een particuliere overweg niet mag passeren’ (antwoord 4,7,8, d.d. 18 januari 2016)? Betekent dit dat (recreatieve) wandelaars en fietsers geen recht (meer) hebben om particuliere overwegen te passeren?
  7. Op welke wijze geeft ProRail invulling aan de afspraak dat de voorgenomen sluitingen van niet actief beveiligde overwegen worden voorgelegd aan de Landelijke Stuurgroep Infrastructurele Barrièrevorming? (2) Hoe beoordeelt u in dit kader de recente sluitingen van de volgende twee overwegen: de overweg op Landgoed Middachten, de Steeg, Rheden, Gelderland (waar een overweg in een landgoed was opengesteld in het kader van de Natuurschoonwet) en de niet actief bewaakte overweg in Diepenveen, Salland, Overijssel? 
  8. Welke lessen – anders dan snel overgaan tot het sluiten van particuliere overgangen en het plaatsen van borden met als doel de verjaring te stuiten – trekt ProRail uit de casus Laantje van Alverna? Acht u dit afdoende lessen?
  9. Kunnen particuliere overwegen die de afgelopen periode zijn gesloten in de toekomst weer opengesteld worden, bijvoorbeeld als uit het innovatieve onderdeel van Programma NABO kosteneffectieve oplossingen voortkomen?
  10. Deelt u de mening van de vragenstellers dat de CROW-normen voor maximale maaswijdten in principe ook van toepassing dienen te zijn op spoorwegen, en dat – in lijn met de eerdere Kamermotie 33888-9 – bij afwijking van deze normen dit duidelijk gemotiveerd dient te worden?
  11. Kunt u deze vragen beantwoorden voor het AO ERTMS en Spoorveiligheid van 3 februari 2016?

(1)   Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014-2015, nr. 2322, Aanhangsel Handelingen vergaderjaar 2015-2016, nr. 1183.

(2)   Procedure, Adviesaanvraag recreatieve organisaties bij een voornemen tot wijziging van een overweg.

« Terug