Armoede en schulden

ChristenUnie Haarlem werkt aan een stad, aan een gemeenschap waarin oog is voor de medemens en voor een duurzame leefomgeving. Iedereen doet er toe, want met elkaar vormen we de stad. Lees hier wat wij willen bereiken in Haarlem om te zorgen dat iedereen mee kan doen.

Standpunten A t/m Z

Armoede en schulden

  • Meer mensen in Haarlem maken de laatste jaren gebruik van de minima-regelingen. Toch wordt nog niet de hele doelgroep bereikt. De gemeente moet minimaregelingen actief promoten. Als de vraag hoger is dan het budget moet het budget worden verhoogd.
  • Bij het verstrekken van bijstand zorgt de gemeente voor individueel maatwerk. Daarbij kan onder meer gedacht worden aan (zo nodig ruimhartige) vrijstelling van gemeentelijke heffingen en ondersteuning bij vervanging van onmisbare, maar dure apparatuur.
  • Bij bezuinigingen kiest de ChristenUnie in eerste instantie niet voor het verminderen of bemoeilijken van het gebruik van voorzieningen, maar om samen met de maatschappelijke partners te onderzoeken of de bezuiniging ook kan worden bereikt door een andere verdeling van verantwoordelijkheden, taken en middelen tussen de gemeente en de maatschappelijke partners. Zo kunnen bij schuldhulpverlening bepaalde taken in de voorbereiding of de nazorg worden uitgevoerd door (vrijwilligers van) maatschappelijke partners, zodat de professionals die werkzaam zijn binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening zich kunnen richten op de ingewikkeldere taken en onderwerpen.
  • De ChristenUnie wil het liefst een samenleving waarin voedselbanken niet nodig zijn, maar wij sluiten onze ogen niet voor de realiteit. Voedselbanken zijn er en hebben het druk en wij zijn dankbaar voor het kostbare werk wat zij doen. Wij willen ervoor zorgen dat deze vrijwilligers hun werk goed kunnen doen. Probleemsituaties moeten zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd en adequaat worden aangepakt om escalatie te voorkomen. Dit vereist een intensieve samenwerking met en tussen alle beleidsvelden en instanties waar de problemen spelen en /of bekend zijn (de zogenaamde ‘vindplaatsen’). Uitgangspunt daarbij is ‘Eén plan, één coach en één budget’.
  • Bevorder voorlichting over geld en budgetbeheer, met speciale aandacht voor jongeren. De toegang tot preventief budgetbeheer voor kwetsbare groepen wordt zo laagdrempelig mogelijk gemaakt.
  • Voorkom dat schulden zich opstapelen. Er mogen geen lange wachttijden bestaan voor de schuldhulpverlening. Iemand moet binnen twee weken bij de schuldhulpverlening terecht kunnen en vervolgens moet zo snel mogelijk worden gewerkt aan een oplossing. Schuldhulpverlening moet samenwerken met maatschappelijk werk voor de psychologische kant van schulden.
  • Overgang van armoede van ouders op kinderen moet worden voorkomen. Daarom is extra aandacht nodig voor (gezinnen met) kinderen die langdurig een uitkering ontvangen. Het mag niet zo zijn dat kinderen daardoor hun talenten niet kunnen ontwikkelen of zich niet kunnen ontspannen.
  • Er moet een armoedepact  komen van gemeente met alle organisaties die armoede kunnen signaleren: woningcorporaties, voedselbank, hulpverleningsorganisaties, zorginstellingen, jeugdzorg, onderwijs, etc. Hiervoor zijn afspraken nodig over de omgang met gegevens van cliënten.
  • Woningcorporaties en energiebedrijven gaan tijdig betalingsachterstanden melden. Zij zullen bij schulden in principe niet overgaan tot uitzetten, respectievelijk afsluiten. Eerst moet actief hulp zijn aangeboden.
  • Waardevolle initiatieven van kerken en andere non-profit-organisaties bij het aanpakken van armoede en schulden, zoals SchuldHulpMaatjes, moeten financieel en in praktische zin ondersteund worden. Dit bespaart geld voor de professionele schuldhulpverlening.
  • In sommige gevallen moet het mogelijk zijn om schulden af te lossen door maatschappelijke inzet, zoals vrijwilligerswerk.
  • Eén schuldenaar, één regisseur.
  • Als een schuldhulptraject start moeten schuldeisers zo snel mogelijk worden geïnformeerd. Wachttijden worden zoveel mogelijk benut. Bijvoorbeeld door mensen ‘huiswerk’ te geven, maar ook andere partners als Schuldhulpmaatje, maatschappelijk werk, de Voedselbank of de diaconie in te schakelen.
  • De gemeente maakt als regisseur concrete afspraken met deze partners om de hulp te stroomlijnen en biedt daarin ondersteuning aan.