Woningmarkt

ChristenUnie Haarlem werkt aan een stad, aan een gemeenschap waarin oog is voor de medemens en voor een duurzame leefomgeving. Iedereen doet er toe, want met elkaar vormen we de stad. Lees hier wat wij willen bereiken in Haarlem om te zorgen dat iedereen mee kan doen.

Standpunten A t/m Z

Woningmarkt

  • Het woonbeleid van de gemeente en van de woningcorporaties moet aansluiten bij de regionale vraag en zijn afgestemd met de buurgemeenten. In Haarlem is een grote vraag naar woonruimte voor studenten en ouderen en meer grondgebonden woningen voor gezinnen. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn te lang en er is een tekort aan betaalbare huurwoningen in de vrije sector. Er moeten daarom tot 2030 16.000 woningen in Haarlem worden gebouwd (huidige planning is 7500 t/m 2025).
  • Het aanbod sociale huurwoningen wordt afgestemd op de vraag. Niet elke sociale huurwoning is passend voor de hele doelgroep. Er zijn meer kleine sociale huurwoningen nodig maar als Haarlem alleen kleine huurappartementen bouwt, komen gezinnen die afhankelijk zijn van grotere sociale huurwoningen in de knel. De afspraken over de bouw van sociale huurwoningen moeten daarom meer worden gedifferentieerd naar prijsklasse/woningoppervlakte, daarnaast moeten sociale koop en sociale huur niet op één hoop worden gegooid. Onderzoek de mogelijkheden om in Haarlem via het omgevingsplan bouw van goedkopere woningen op specifieke locaties af te dwingen.
  • Bij het maken van prestatieafspraken over het aantal sociale huurwoningen is niet langer de huurprijs leidend maar zijn de totale woonlasten dat. Zo wordt voorkomen dat de laagste inkomens in een woning met een lage huur komen waarvan bijvoorbeeld door een slecht energielabel de woonlasten toch hoog zijn.
  • De gemeente blijft de starterslening aanbieden. Dit is een goed instrument om (door)starters op de woningmarkt net dat zetje te geven om een woning te kunnen kopen. Dit geldt ook voor het aanbieden van sociale koopwoningen en het verkopen van sociale huurwoningen aan de zittende huurders.
  • De gemeente gaat samen met woningcorporaties experimenteren met andere instrumenten om koopwoningen bereikbaar te houden zoals het aanbieden van kluswoningen, premiewoningen en wooncoöperaties waarbij huurders gezamenlijk hun woning kopen of het beheer overnemen van de woningcoöperatie.
  • Ouderen in een koopwoning moeten gebruik kunnen gaan maken van een Blijverslening om de woning aan te passen zodat ze er, ondanks toenemende lichamelijke beperkingen, kunnen blijven wonen. Dit moet ook mogelijk zijn voor huurwoningen als de eigenaar van de woning akkoord is.
  • Voor huurwoningen voert Haarlem naast de bestaande huurcontracten het jongerencontract in waarmee jongeren een huurcontract voor vijf jaar krijgen. Deze periode kunnen ze gebruik voor het vinden van een reguliere sociale huurwoning, een particuliere huurwoning of een koopwoning. 
  • Om de kansen voor jongeren te vergroten moeten kleine sociale huurwoningen weer gelabeld kunnen worden voor jongeren tot 23 jaar. Zij hebben immers minder tijd gehad om wachttijd op te bouwen en krijgen door landelijke regelingen minder huurtoeslag en kunnen daarom grotere sociale huurwoningen vaak niet betalen.
  • Zorg voor goede spreiding van verschillende woningcategorieën over de stad: realiseer dus meer sociale huurwoningen in het westelijk deel van Haarlem en meer koopwoningen in het oostelijke deel. Houd daarbij wel oog voor de realisatiekosten en beheerkosten voor woningcorporaties. Sommige plekken zijn gezien de grondprijs of de geringe omvang te duur om efficiënt sociale huurwoningen te realiseren.
  • De samenwerking tussen de gemeenten in Zuid-Kennemerland met de gemeenten Velsen en Haarlemmermeer bij de woonruimteverdeling wordt voortgezet. Wij willen één woonruimteverdeelsysteem voor de hele regio.
  • Bouw meer goedkope koopwoningen via ‘sociale koop’-constructies, waarbij woningcorporaties medeverantwoordelijk blijven voor het beheer en de woningen uiteindelijk ook weer terug kunnen kopen. Dit helpt de kloof tussen huren en kopen dichten.
  • Woningcorporaties hebben een blijvende taak ten aanzien van het verbeteren van de leefbaarheid van wijken en dienen dat in samenwerking met de bewoners te doen . De corporaties moeten voor de keuzes die zij maken verantwoording afleggen aan de huurders en de gemeente. Samen met de corporaties moet de gemeente streven naar het ontstaan van huurdersverenigingen op wijkniveau.